Symboliek in Australië
Deze zomer reisde ik voor het eerst naar Australië. Het kwam nogal onverwacht: mijn vriend moest voor z’n werk naar Brisbane en we besloten er een vakantie achteraan te maken. Niet iets wat ik snel zou doen, zo’n verre reis. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat ik dacht dat het niet kon. Financieel, praktisch, het hele idee voelde lang als iets wat niet voor mij zou zijn.
En toch gingen we. Het zette veel in perspectief. Wat me het meest raakte, was het besef: ik ben hier, op eigen kracht, aan de andere kant van de wereld. Eind vorig jaar kochten mijn vriend en ik samen een huis, iets waar ik vroeger alleen maar van kon dromen. Niet alleen vanwege het huis, maar omdat ik het heb kunnen doen met mijn eigen middelen. Dat is voor mij, als iemand met één ouder, groter dan ik dacht.
Ik dacht veel na tijdens de reis. Over de jaren dat ik student was, over de droom om ontwerper te worden, om compleet vol overgave de modewereld in te gaan. Maar ook over mijn uiteindelijke keuze voor het onderwijs, die lang voelde als een compromis. Want eerlijk: ik dacht dat ik had gefaald. Dat ik niet goed genoeg was, niet ver genoeg ging. Dat ik iets had opgegeven, en ik minder goed in de modewereld leek te passen.
Maar steeds vaker merk ik dat ik juist gevonden heb waar ik hoor. In de rust van het lesgeven. In de creativiteit van het begeleiden. In de blikken van studenten die ineens begrijpen wat ze kunnen. Misschien ben ik niet die modeontwerper geworden uit de dromen van kleine Joëlle. Maar ik sta nog steeds in de modewereld. Alleen nu op een plek waar ik anderen help groeien.
Op de laatste dag in Melbourne kocht ik een paar Tabi’s. Schoenen waar ik al jaren van droomde, maar nooit eerder voor durfde te kiezen. Misschien zijn ze symbolischer dan ik dacht.